Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 19 mei 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 26 juli 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van 28 september 2021 van VWM, met aanvullende producties;
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
10 december 2019 op de ontbinding per 1 november 2019 heeft beroepen. Dat partijen na
1 november 2019 nader overleg hebben gepleegd, doet niet af aan de ontbinding van de huurovereenkomst per in ieder geval 1 november 2019.
5..De beoordeling
1 november 2019 zou zijn. In artikel 10.22 van de huurovereenkomst is niets opgenomen over op welke wijze de ontbindende voorwaarde intreedt (van rechtswege of door middel van een beroep van BBB daarop). Een zuiver tekstuele uitleg van artikel 10.22 van de huurovereenkomst geeft aldus geen uitsluitsel over hetgeen partijen in deze procedure verdeeld houdt.
1 september 2019 en het bovendien niet de verwachting was dat deze binnen een redelijke termijn zouden worden verkregen.
1 november 2019 en binnen de als redelijk aangemerkte termijn tussen 1 september 2019 en
1 november 2019 zou zijn verstrekt.