Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 29 november 2021;
- de 21 producties van de vrouw;
- de akte houdende eis in reconventie;
- de 4 producties van de man;
- de mondelinge behandeling op 3 december 2021.
Rechtbank Rotterdam
Partijen woonden samen in een huurwoning en hadden een samenlevingsovereenkomst waarin was bepaald dat bij beëindiging van de relatie de vrouw de woning zou behouden. De affectieve relatie eindigde in juli 2021, waarna de vrouw de man verzocht de woning te verlaten. De man weigerde dit en stelde dat hij de samenlevingsovereenkomst onder dwang had getekend.
De rechtbank overwoog dat de verhouding tussen partijen zodanig verstoord was dat samenwonen niet langer mogelijk was. De analoge toepassing van artikel 7:267 lid 7 BW Pro leidde tot een belangenafweging waarbij werd meegewogen dat de vrouw geen onderdak elders kon vinden en dat de man makkelijker een andere woning kon vinden. Ook speelde mee dat de man de situatie in de woning onhoudbaar maakte door zijn gedrag.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning zwaarder woog, mits zij de volledige huur en vaste lasten draagt. De man werd veroordeeld om binnen drie dagen de woning te ontruimen en zich uit te schrijven, met een dwangsom bij niet-naleving. De vorderingen van de man werden afgewezen en de kosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld om binnen drie dagen de woning te ontruimen en zich uit te schrijven, onder de voorwaarde dat de vrouw de huur en vaste lasten betaalt.