Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiseres 1],
1..De procedure
- het exploot van dagvaarding van 1 april 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord van 23 juni 2021, tevens houdende eis in reconventie, met producties;
- de akte houdende eiswijziging van 23 juni 2021, met producties (eiswijziging-I);
- het bezwaar van DNZB c.s. van 2 juli 2021 tegen eiswijziging-I;
- de rolbeslissing van 22 juli 2021 met afwijzing van het bezwaar tegen eiswijziging-I;
- de brieven van 28 juni, 19 juli 2021 en 17 augustus 2021 van deze rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 28 september 2021;
- de brieven van 6 september 2021 van deze rechtbank, waarbij partijen zijn gewezen op de gewijzigde samenstelling van de rechtbank;
- de brieven van 9 september 2021 van deze rechtbank waarbij partijen, na overleg, zijn geïnformeerd dat de mondelinge behandeling fysiek zal plaatsvinden (en niet via skype);
- de akte houdende eiswijziging (eiswijziging-II), tevens conclusie van antwoord in reconventie van 13 september 2021, met producties;
- de akte uitlaten eiswijziging-I van 28 september 2021, met productie;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 september 2021 en de daarin genoemde spreekaantekeningen [eiseressen] ten behoeve van de mondelinge behandeling;
- de vermindering van de eis in reconventie tot nihil namens DNZB c.s. ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 28 september 2021.
2..De feiten
Partijen
3..Het geschil
i) te verklaren voor recht dat DNZB Franchise tekortgeschoten is, althans
ii) te verklaren voor recht dat [eiseressen] recht hebben op een vergoeding wegens
iii) te verklaren voor recht dat [eiseressen] ingevolge artikel 24.2 van de
iv) te verklaren voor recht dat DNZB Franchise en/of DNZB Web
v) DNZB Franchise en/of DNZB Web zo veel mogelijk hoofdelijk te
vi) voorwaardelijk - indien en voor zover er een concurrentieverbod (artikel 21.3
vii) het concurrentieverbod en relatiebeding te vernietigen, de betreffende bedingen buiten
viii) DNZB Franchise en/of DNZB Web zo veel mogelijk hoofdelijk te
goodwill, schade en/of (klant)vergoeding” van DNZB Franchise en/of DNZB Web, zo mogelijk hoofdelijk, aldus [eiseressen] Volgens een rapport van de deskundige van [eiseressen] bedroeg de goodwillwaarde van de onderneming van [eiseressen] minimaal € 1.600.000,00 en bedraagt dit dan ook de minimale schade van [eiseressen]
hetgeen bepaald is onder (i), (ii) en (iii) of anderszins” op basis van de artikelen 6:74, 6:162 en 6:212 BW vergoedingsplichting jegens [eiseressen] “
nader op te maken bij staat”. DNZB c.s. zijn vergoedingsplichtig omdat zij de onderneming van [eiseressen] hebben overgenomen en voortgezet, althans dat een aan hen gelieerde partij dit heeft gedaan, zonder dat [eiseressen] hiervoor een vergoeding hebben gekregen.
4..De beoordeling
1) welke goodwillwaarde kan worden toegekend aan de relaties (zorginstellingen en ZZP’ers) van [naam eiseres 2], ervan uitgaande dat de contractuele relaties met hen, na 28 februari 2021 zijn voortgezet en [naam eiseres 2] gehouden is aan het non-concurrentiebeding en relatiebeding in de artikelen 21.3 en 21.4 van de Franchiseovereenkomst zoals hiervoor onder 4.16 en 4.17 overwogen;
2) in welke mate is deze goodwillwaarde aan DNZB Franchise als franchisegever toe te rekenen? Hierin kan worden betrokken in welke mate de goodwill het resultaat is van de DNZB-formule van franchisegever, of het gevolg is van de inspanningen van de franchisenemer;
3) welke aspecten acht de deskundige in het kader van de goodwillbepaling verder