Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en de reactie daarop
“u weet dat ook, u heeft de zitting ook zelf gedaan”, geknikt.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een kort gedingprocedure over het betreden van een woning. Zij stelde dat de rechter partijdig was omdat deze zou zijn voorbijgegaan aan juridische argumenten en buiten haar bevoegdheid zou zijn getreden door rechtsgronden aan te vullen zonder haar de mogelijkheid te geven zich hiertegen te verweren.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het beginsel van onpartijdigheid van de rechter. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter feitelijke stukken had voorgehouden en dat de term 'onrechtmatig' in de context van de zaak niet onbegrijpelijk was. De rechter maakte gebruik van haar bevoegdheid om ambtshalve rechtsgronden aan te vullen zonder buiten de rechtsstrijd te treden.
Ook werd geoordeeld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden, aangezien verzoekster de mogelijkheid had gekregen te reageren en haar gemachtigde niet was onderbroken. De knikkende beweging van de rechter werd gezien als een uiting van actief luisteren en niet als vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid of schending van het procesrecht en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd in aanwezigheid van de griffier openbaar uitgesproken op 22 december 2021.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectieve vrees voor partijdigheid.