ECLI:NL:RBROT:2021:13146
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennelijke vooringenomenheid
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verschoning ingediend in een civielrechtelijke procedure tussen een vrouw en een man. De rechter verklaarde partijen en hun kinderen te kennen als goede vrienden van een goede vriendin, en had hen bij meerdere gelegenheden in het verleden ontmoet. Hoewel deze contacten enige jaren geleden plaatsvonden, voelde de rechter zich niet vrij om de zaak onbevooroordeeld te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat verschoning een middel is om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, was de objectieve vrees voor vooringenomenheid gerechtvaardigd vanwege de persoonlijke banden en het feit dat de rechter zelf het verzoek tot verschoning had ingediend.
Op basis hiervan wees de rechtbank het verzoek tot verschoning toe, waarmee de rechter werd vrijgesteld van verdere behandeling van de zaak. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en ondertekend door de griffier.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.