Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 22 oktober 2021, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het faxbericht van 16 november 2021 van de zijde van [persoon A] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen [persoon A] en Staffhousing B.V. heeft de rechtbank Rotterdam de vorderingen van eiseres afgewezen. Eiseres stelde onder meer dat sprake was van slecht huurderschap, onrechtmatige handelspraktijken, bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling, herroeping en opzegging van de huurovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat eiseres afzag van bewijslevering met betrekking tot slecht huurderschap, waardoor dit niet vast kwam te staan. Ook werd geoordeeld dat de relatie tussen partijen niet valt onder de regels van oneerlijke handelspraktijken, omdat Staffhousing niet als handelaar in de zin van de wet kon worden aangemerkt. De stellingen omtrent bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling werden onvoldoende onderbouwd en konden daarom niet worden aangenomen.
Verder werd vastgesteld dat geen sprake was van een overeenkomst op afstand waarop herroeping van toepassing zou zijn, en dat eiseres zich niet kon beroepen op onwetendheid omtrent huurbeschermingsregels. De vorderingen tot opzegging en bepaling van een einddatum van de huurovereenkomst werden eveneens afgewezen. Ook de vorderingen tot overlegging van contracten en schadevergoeding werden niet toegewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.