ECLI:NL:RBROT:2021:13200
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over nalatenschap wegens buitenlandse rechtsmacht
De zaak betreft een geschil tussen [persoon A] en [persoon B] over de nalatenschap van de overleden erflater, die zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit had. [persoon A] stelt dat [persoon B] geen recht heeft op de nalatenschap vanwege hun echtscheiding volgens artikel 4:52 BW Pro, terwijl [persoon B] zich beroept op de reeds bestaande Marokkaanse uitspraken die het testament erkennen.
De rechtbank beoordeelt dat zij onbevoegd is omdat in Marokko al in eerste aanleg en hoger beroep over hetzelfde onderwerp is beslist. De Marokkaanse uitspraken zijn vatbaar voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland op grond van artikel 12 Rv Pro. Tevens oordeelt de rechtbank dat Marokko de gewone verblijfplaats van de erflater was, waardoor volgens de Erfrechtverordening de rechter in Marokko bevoegd is.
De rechtbank wijst het verzoek van [persoon A] af en compenseert de proceskosten tussen partijen zodat ieder zijn eigen kosten draagt. De procedure toont het belang van internationale bevoegdheidsregels en de erkenning van buitenlandse rechterlijke uitspraken in erfrechtelijke geschillen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering en compenseert de proceskosten.