De man verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen, ondanks het verzet van de vrouw. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing vanwege het risico op conflicten en overvraging van de man, maar de rechtbank gaf het wettelijk uitgangspunt van gezamenlijk gezag prioriteit. De rechtbank achtte het aannemelijk dat partijen verdere verbetering in communicatie en omgang kunnen bereiken, mede omdat zij reeds vooruitgang hadden geboekt en mediation zijn overeengekomen.
Daarnaast stelde de rechtbank een zorgregeling vast waarbij het kind drie van de vier weekenden bij de man verblijft, met specifieke afspraken over vakanties en feestdagen. De vrouw heeft het weekend van 10-12 december 2021 toegewezen gekregen vanwege haar beperkte vrije tijd. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat elk van de partijen de eigen proceskosten draagt.
De beslissing beoogt een evenwichtige verdeling van gezag en zorg waarbij het belang van het kind centraal staat, met aandacht voor verbetering van de communicatie tussen ouders en het voorkomen van escalaties. De rechtbank benadrukte het belang van constructieve gesprekken tussen ouders bij zorgen over het kind en gaf aan dat gezamenlijk gezag ook betekent dat beide ouders ruimte geven aan elkaar en gezamenlijke beslissingen nemen.