Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn sinds 2018 gescheiden. De gemeenschap van goederen werd ontbonden per 17 augustus 2017. De echtelijke woning, onderdeel van de gemeenschap, is verkocht en geleverd aan derden op 18 oktober 2021, met een overwaarde van €266.000 die gelijk verdeeld moet worden.
De man legde maritaal beslag op de vordering van de vrouw op de notaris tot uitbetaling van haar aandeel in de overwaarde. De vrouw vorderde opheffing van dit beslag omdat de verdeling van de woning is afgerond en de vordering niet meer tot de gemeenschap behoort.
De rechtbank oordeelde dat maritaal beslag bedoeld is om de gemeenschap bijeen te houden totdat de verdeling is afgerond. Nu de woning is verkocht en de overwaarde verdeeld moet worden, behoort de vordering op de notaris niet meer tot de gemeenschap. Het beslag is daarom niet gerechtvaardigd en wordt opgeheven.
De man stelde dat het beslag diende ter zekerheid van een vordering op de vrouw uit hoofde van de afwikkeling van de gemeenschap, maar het verlof tot beslaglegging was beperkt tot de vordering op de notaris en niet tot een regulier verhaalsbeslag. De rechtbank vond geen grond voor handhaving van het beslag.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.