Partijen zijn gehuwd sinds 2018 en hebben een minderjarig kind. De man verzoekt om het huurrecht van de echtelijke woning vanwege medische gronden, maar dit wordt door de vrouw gemotiveerd weersproken. De rechtbank weegt mee dat de vrouw de hoofdverzorger is en sinds het huisverbod in september 2021 in de woning woont, en wijst haar verzoek toe.
De man vraagt ook om afgifte van zijn persoonlijke goederen, waarvan de vrouw erkent dat enkele zich nog in de woning bevinden. Deze goederen mag de man via zijn neef ophalen. Verder wordt een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de man omgang heeft met het kind op het kantoor van de Jeugdbescherming, onder voorwaarden.
De vrouw vraagt een onderhoudsbijdrage van €150 per maand, de man voert verweer en stelt dat hij schulden aflost die zijn draagkracht verminderen. De rechtbank acht de schulden niet aannemelijk als vermindering van draagkracht en bepaalt de bijdrage op €147 per maand. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.