ECLI:NL:RBROT:2021:13397

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 december 2021
Publicatiedatum
16 februari 2022
Zaaknummer
9223091 CV EXPL 21-17323
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst aanneming werk keuken en toewijzing vordering incassokosten

Eiser heeft in opdracht van Kias Vastgoedzorg een keuken gemonteerd en vordert betaling van een restantbedrag van €1.323,30 plus wettelijke rente en incassokosten. Kias erkent een deelbetaling maar stelt dat zij het restant mocht opschorten wegens gebrekkige uitvoering.

Kias voert aan dat de wasbak niet waterdicht is afgesloten, waardoor het aanrechtblad beschadigd is geraakt. Eiser betwist dit en Kias heeft haar stellingen onvoldoende onderbouwd, mede doordat zij niet is verschenen bij de mondelinge behandeling. Ook het bezwaar tegen de montage van een extra strook aan het aanrechtblad is ongegrond.

De kantonrechter oordeelt dat Kias haar betalingsverplichting niet mocht opschorten en veroordeelt haar tot betaling van het restantbedrag van €882,05, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 april 2021, en tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Tevens wordt Kias veroordeeld in de proceskosten en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Kias Vastgoedzorg wordt veroordeeld tot betaling van €882,05 plus wettelijke rente en incassokosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9223091 CV EXPL 21-17323
uitspraak: 10 december 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[eiser]handeld onder de naam
[handelsnaam],
wonende te [woonplaats eiser],
eiser,
gemachtigde: mr. M. Leung,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Kias Vastgoedzorg B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Kias’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 21 april 2021 met bijlagen;
de conclusie van antwoord met bijlagen;
het tussenvonnis waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
nadere bijlagen van [eiser];
de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 november 2021.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

2.1
[eiser] heeft in opdracht van Kias een keuken gemonteerd.

3..Het geschil

3.1
[eiser] vordert dat Kias bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 1.633,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 21 april 2021 over de (restant) hoofdsom tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Kias in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2
[eiser] legt aan zijn vordering nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk ten grondslag. In totaal moet Kias € 1.323,30 betalen. Kias is deze betalingsverplichting niet nagekomen. Daarom heeft [eiser] zijn vordering ter incasso uit handen gegeven. De daaraan verbonden kosten van € 198,50 komen op grond van de wet voor rekening van Kias. Voorts maakt [eiser] aanspraak op de wettelijke handelsrente. De (vervallen) wettelijke rente tot het moment van dagvaarding bedraagt € 21,75.
3.3
Kias voert verweer. Daarop zal hierna - voor zover van belang - worden ingegaan.

4..De beoordeling

4.1
Door Kias wordt niet betwist dat zij op grond van de overeenkomst een bedrag van € 1.323,30 aan [eiser] moet betalen. Zij heeft op 6 juni 2021 een bedrag van € 661,50 voldaan. Volgens Kias mocht zij het restant opschorten, omdat [eiser] zijn werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd.
4.2
Ter onderbouwing van haar stelling voert Kias aan dat [eiser] de wasbak niet waterdicht heeft afgesloten waardoor het aanrechtblad is gaan opzetten en krimpen met scheuren in het aanrechtblad als gevolg. [eiser] heeft gemotiveerd betwist dat de wasbak niet waterdicht is afgesloten en dat hij verantwoordelijk kan worden gesteld voor de scheuren in het aanrechtblad. Kias verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar een door haar overgelegde foto. Daarop zijn weliswaar scheuren in het aanrechtblad te zien, maar uit de foto volgt niet dat de wasbak niet waterdicht zou zijn afgesloten of dat de oorzaak van de scheuren in het hout voor rekening van [eiser] komt. Kias is tijdens de mondelinge behandeling niet verschenen. Zij heeft haar stelling niet nader onderbouwd of toegelicht. Haar standpunt dient, gelet op de gemotiveerde betwisting door [eiser], als onvoldoende onderbouwd te worden verworpen.
4.3
Kias voert verder aan dat het aanrechtblad niet mooi is gemonteerd. Kias verwijst daarbij naar een door haar overgelegde foto waaruit blijkt dat een aparte korte strook aan het aanrechtblad is toegevoegd. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de afspraak was dat hij een keuken zou monteren met materiaal van Kias. Toen bleek dat de aanwezige planken te kort waren voor het aanrechtblad hebben partijen besproken dat een aparte strook zou worden toegevoegd. Voorgaande is door Kias niet betwist, zodat niet kan worden vastgesteld dat [eiser] op dit punt is tekortgeschoten.
4.4
Niet is gebleken dat [eiser] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet (behoorlijk) is nagekomen, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden voor opschorting. Kias mocht zijn betaling niet opschorten. [eiser] heeft recht op een hoofdsom van € 1.323,30.
4.5
Kias heeft het bedrag aan hoofdsom niet tijdig betaald, zodat hij wettelijke rente is verschuldigd als bedoeld in artikel 6:119a BW. Het door [eiser] gestelde bedrag van € 21,75 aan vervallen wettelijke rente is door Kias niet weersproken, zodat dit wordt toegewezen.
4.6
[eiser] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende is gebleken dat aan de wettelijke vereisten is voldaan, zodat ook het gevorderde bedrag van € 198,50 aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.7
De tussentijdse betaling van € 661,50 wordt gelet op artikel 6:44 lid 1 BW Pro eerst afgeboekt op de rente en de buitengerechtelijke incassokosten, zodat deze bedragen reeds zijn voldaan en een hoofdsom resteert van € 882,05. Dit bedrag zal worden toegewezen. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf 21 april 2021 wordt eveneens toegewezen.
4.8
Kias wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
4.9
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Kias aan de veroordeling moet voldoen ook als zij hiertegen in hoger beroep gaat.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt Kias aan [eiser] te betalen een bedrag van € 882,05, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 21 april 2021 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt Kias in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 240,- aan griffierecht, € 90,67 aan dagvaardingskosten en € 311,- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
en indien Kias niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 124 aan salaris, en een bedrag van € 85,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
47636