ECLI:NL:RBROT:2021:13399

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 december 2021
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
C/10/629385 / JE RK 21-3108
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige opvoedingsproblemen

De rechtbank Rotterdam behandelde op 1 december 2021 een verzoek van het college van B&W van Hardinxveld-Giessendam om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige die ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen vertoont. De minderjarige vertoonde suïcidaal gedrag, zelfbeschadiging en schoolverzuim, en werkte niet mee aan ambulante hulpverlening. De moeder stemde in met de gesloten plaatsing, terwijl de minderjarige zich hiertegen verzette.

De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege het ernstige gevaar voor de ontwikkeling en veiligheid van de jeugdige en de onmogelijkheid tot adequate hulp binnen een open setting of thuis. Het spoedverzoek werd afgewezen omdat er geen onmiddellijk en ernstig gevaar was dat onmiddellijke plaatsing vereiste.

De machtiging werd verleend voor een duur van drie maanden in plaats van de door het college gevraagde zes maanden, vanwege het ontbreken van een concreet plan van aanpak en de wens tot tussentijdse evaluatie. De kinderrechter bepaalde een pro forma datum voor verdere besluitvorming en verzocht het Sociaal Team tijdig te rapporteren over de voortgang.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden met pro forma zitting voor evaluatie.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/629385 / JE RK 21-3108
datum uitspraak: 1 december 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

het college van B&W van de gemeente Hardinxveld-Giessendam,

hierna te noemen het college, gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,
vertegenwoordigd door

Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid,

hierna te noemen Stichting Jeugdteams, gevestigd te Dordrecht,
en

het Sociaal Team Gemeente Hardinxveld-Giessendam,

hierna te noemen het Sociaal Team, gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind]), hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van het college, van 26 november 2021, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum,
- de verklaring van 26 november 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder,
- de instemmende verklaring van 26 november 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper,
- het e-mailbericht met aanvullende bijlagen van het Sociaal Team van 29 november 2021,
- het gewijzigd verzoekschrift van het college, van 26 november 2021, ingekomen bij de griffie op 30 november 2021,
- de instemmende verklaring van 30 november 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 26 november 2021 is namens het college verzocht om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken en aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken. Het college heeft daarbij verzocht om eerstgenoemde beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand horen van belanghebbenden. De kinderrechter was echter van oordeel dat een behandeling ter zitting kon worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige. De behandeling van het verzoek is daarom aangehouden tot 1 december 2021.
Op 1 december 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind], die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat mr. E.J.M. van Daalhuizen,
- de moeder,
- een tweetal vertegenwoordigsters van het Sociaal Team, [naam 1] en [naam 2]
.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3], tolk in de Poolse taal.

Het aangehouden verzoek

Het college heeft op 26 november 2021 verzocht om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp vrijwillig kader voor [naam kind] te verlenen voor de duur van vier weken en aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken.
Blijkens het verzoekschrift dat is ingekomen op 30 november 2021 is namens het college het aangehouden verzoek gewijzigd in die zin dat wordt verzocht om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp vrijwillig kader voor [naam kind] te verlenen voor de duur van vier weken en aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
Het Sociaal Team heeft het verzoek ter zitting als volgt toegelicht. De afgelopen periode is de toestand van [naam kind] verslechterd. Zij beschadigt zichzelf, doet suïcidale uitspraken en distantieert zich van de hulpverlening. Daarnaast is haar middelengebruik toegenomen. Ook lukt het [naam kind] niet meer om naar school te gaan, waarmee sprake is van schoolverzuim. De leerplichtambtenaar heeft aangegeven dat behandeling van [naam kind] nu voorop staat.
[naam kind] is na een suïcidepoging opgenomen op de High en Intensive Care voor jongeren (hierna: HIC) bij Yulius. Daar wordt gezien dat [naam kind] behandeling nodig heeft. Het lukt [naam kind] echter niet om mee te werken aan behandeling. Zij zegt afspraken af en vindt het lastig om over haar problematiek te praten. Binnen de open setting kan niet de juiste hulp worden geboden op het moment dat [naam kind] in paniek raakt. Er wordt momenteel met het expertiseteam gekeken wat de beste plek is voor [naam kind]. Mogelijk is er een plek voor haar bij Schakenbosch in een groep gericht op GGZ-problematiek.

Het standpunt van de moeder

De moeder stemt in met het verzoek van het college. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij sinds mei 2021 bezig is geweest om een plek voor [naam kind] binnen de geslotenheid te regelen. Zij voelde zich in de afgelopen periode niet gehoord door de hulpverlening. De moeder wil graag dat [naam kind] wordt geplaatst in een gesloten jeugdinstelling, waar zij ook behandeling kan krijgen. [naam kind] heeft eerder bij een open instelling verbleven, maar daar werd zij niet goed geholpen. De moeder hoopt dat [naam kind] uiteindelijk weer thuis kan wonen.

Het standpunt van [naam kind]

heeft, deels bij monde van haar advocaat, naar voren gebracht dat zij vindt dat zij niet thuishoort binnen de gesloten jeugdhulp. [naam kind] is van mening dat zij psychiatrische hulp nodig heeft. Ter zitting heeft de GI medegedeeld dat er mogelijk een plek is voor [naam kind] bij Schakenbosch. Het is niet duidelijk wat het plan van aanpak is voor de komende zes maanden. Vermoedelijk zal de eerste tijd bij Schakenbosch zijn gericht op stabilisatie en wordt niet direct behandeling ingezet. Horizon geeft aan dat een periode van zes weken tot drie maanden nodig is om rust te creëren. Een machtiging gesloten jeugdhulp is een heel vergaande maatregel. Gelet op de informatie die nu beschikbaar is, is het verlenen van een dergelijke machtiging voor de duur van zes maanden een stap te ver. Er wordt daarom verzocht om het verzoek te verlenen voor een kortere duur van vier weken tot maximaal drie maanden, zodat een tussentijds evaluatiemoment kan plaatsvinden.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.
Ingevolge artikel 6.1.2, derde lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp bovendien slechts worden verleend indien de jeugdige onder toezicht is gesteld of degene die de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige is met de opneming en het verblijf instemt. Aangezien de moeder zowel voor als tijdens de zitting heeft aangegeven dat zij instemt met de opneming en het verblijf van [naam kind] in een gesloten accommodatie, wordt ook aan dit vereiste voldaan.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er ernstige zorgen zijn over de emotionele ontwikkeling en fysieke veiligheid van [naam kind]. Daarnaast bestaan er zorgen over de opvoedomgeving van [naam kind]. In maart 2021 heeft [naam kind] op school aangegeven dat zij zich niet meer veilig voelt thuis vanwege de aanwezigheid van de stiefvader. Daarop is in overleg met de moeder besloten dat [naam kind] vanaf 16 maart 2021 bij crisisopvang van Enver zal verblijven. Yulius heeft een Intensive Home Treatment-traject ingezet. Na een suïcide poging wordt [naam kind] opgenomen op de HIC van Yulius. Vervolgens is begin oktober 2021 de hulpverlening vanuit het FACT-team gestart. [naam kind] staat echter niet open voor de samenwerking met het FACT-team, waardoor behandeling niet tot stand komt.
Op dit moment verblijft [naam kind] nog bij de crisisopvang van Enver. Daar wordt gezien dat [naam kind] opstandig gedrag vertoont, zichzelf beschadigt en suïcidale uitspraken doet. Zowel Enver als Yulius adviseren een woonplek voor [naam kind] waar meer structuur en duidelijkheid kan worden geboden. Daarnaast geven zij aan dat op de vervolgplek meer aandacht moet zijn voor de noodzakelijke zorg en dagbesteding voor [naam kind]. Ook de gedragswetenschapper heeft in zijn verklaring van 30 november 2021 aangegeven dat de huidige crisisopvang niet díe structuur en stabiliteit kan geven die nodig is voor [naam kind], waardoor zij niet toekomt aan behandeling. Een plaatsing binnen de open setting is ontoereikend gebleken, omdat [naam kind] zich op belangrijke momenten onttrekt aan de hulpverlening. Bovendien is een thuisplaatsing vooralsnog niet aan de orde, vanwege de nog aanwezige zorgen over het gezinssysteem en de veiligheid van [naam kind] in de thuissituatie. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is.
De kinderrechter is het eens met mr. Van Daalhuizen dat het verlenen van de verzochte machtiging voor de duur van zes maanden voor [naam kind] onoverzichtelijk lang is, nu een duidelijk plan van aanpak ontbreekt. De kinderrechter zal daarom de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing voor het overig verzochte aanhouden tot hierna te noemen pro forma datum. Aldus zal een tussenevaluatie plaatsvinden, waarbij moet worden bekeken of een gesloten plaatsing nog noodzakelijk is of volstaan kan worden met plaatsing binnen een open setting.
De kinderrechter verzoekt het Sociaal Team uiterlijk twee weken van te voren te rapporteren over de laatste stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het spoedverzoek af;
verleent machtiging gesloten jeugdhulp in vrijwillig kader met ingang van
1 december 2021 tot 1 maart 2022 betreffende de minderjarige [naam kind];

en alvorens verder te beslissen:

bepaalt dat de behandeling van de zaak voor het overige verzochte wordt aangehouden tot
1 februari 2022 pro forma;
bepaalt dat het Sociaal Team, de moeder, [naam kind] en haar advocaat mr. E.J.M. van Daalhuizen op de genoemde pro forma-datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
verzoekt het Sociaal Team uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2021 door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.