Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
10/326708-20
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging, en oplegging van de maatregel bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer 1] , op straffe van 1 week hechtenis per overtreding met een maximum van 6 maanden.
4..Waardering van het bewijs
inhet flatgebouw en voor de deur van de woning van [naam slachtoffer 2] is geweest. De rechtbank is daarom onvoldoende overtuigd dat de verdachte het feit heeft gepleegd. Hij zal daarvan worden vrijgesproken.
de verdachteop het mes terecht is gekomen. Niet is gebleken dat [naam getuige] de telefoon van de verdachte heeft aangeraakt, zoals de verdediging betoogt.
5..Strafbaarheid feiten
1..poging tot doodslag;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregelen
- een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met oplegging van bijzondere voorwaarden;
- een TBS-maatregel met voorwaarden ofwel met dwangverpleging, al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf.
8..Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9..Vordering tenuitvoerlegging
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
€ 3.002,- (zegge: drieduizend en twee euro),bestaande uit € 502,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 1] te betalen
€ 3.002,-(hoofdsom,
zegge: drieduizend en twee euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 3.002,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;