ECLI:NL:RBROT:2021:13432

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 november 2021
Publicatiedatum
10 maart 2022
Zaaknummer
C/10/629681 / FA RK 21-9032
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve benoeming bijzondere curator voor kind tijdens leerplichtzitting

Op 16 november 2021 vond een leerplichtzitting plaats waarbij de moeder niet aanwezig was. De zaak betrof de opvoedingssituatie van een minderjarig kind, waarvoor de moeder het ouderlijk gezag uitoefent. De ondertoezichtstelling van het kind was reeds verlengd tot 5 maart 2022.

Tijdens de zitting constateerde de kinderrechter dat de zorgen over het kind waren toegenomen, ondanks vrijwillige hulpverlening vanuit MST en het wijkteam. Het schoolverzuim bleef aanhouden en het contact tussen moeder en de gecertificeerde instelling was onvoldoende. De school rapporteerde een gedragsachteruitgang sinds de herfstvakantie en er dreigde opnieuw een uithuisplaatsing.

Gezien deze omstandigheden en op grond van artikel 1:250 BW Pro besloot de kinderrechter ambtshalve een bijzondere curator te benoemen om de belangen van het kind in en buiten rechte te behartigen. De bijzondere curator kreeg de opdracht om onder meer de woon- en verblijfplaats van het kind te onderzoeken, de schoolgang te monitoren en benodigde ondersteuning te inventariseren.

De benoeming geldt tot het einde van de ondertoezichtstelling op 5 maart 2022. De beschikking werd openbaar uitgesproken door kinderrechter A.A.J. de Nijs en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Benoeming van een bijzondere curator voor het kind tot 5 maart 2022 om diens belangen te behartigen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/629681 / FA RK 21-9032
datum uitspraak: 16 november 2021

beschikking benoeming bijzondere curator

betreffende

[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2010 te [geboorteplaats kind],

hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.

Het procesverloop

Op 16 november 2021 heeft de mondelinge behandeling plaats gevonden van de strafzaak (Leerplicht) tegen de moeder onder parketnummer 10-106022-21. De moeder is niet ter zitting verschenen en de behandeling van de zaak is aangehouden tot de zitting van de kantonrechter in deze rechtbank op 11 januari 2022 om 11.30 uur.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 26 augustus 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
5 maart 2022.
Bij beschikking van 4 november 2021 is het verzoek van de GI om [naam kind] met spoed uit huis te plaatsen in een crisispleeggezin afgewezen.

De beoordeling

Tijdens de leerplichtzitting van 16 november 2021 heeft de kantonrechter, tevens kinderrechter, ambtshalve geconstateerd dat de zorgen over de opvoedingssituatie en de ontwikkeling van [naam kind] recentelijk lijken te zijn toegenomen. Hulpverlening in het vrijwillige kader vanuit MST en het Wijkteam hebben niet het gewenste resultaat gehad. Het schoolverzuim gaat ook door en het contact tussen de moeder en de GI is onvoldoende. De school constateert een achteruitgang in het gedrag van [naam kind] sinds de herfstvakantie. Gebleken is dat de zorgen dusdanig ernstig zijn dat opnieuw een verzoek tot uithuisplaatsing van [naam kind] dreigt.
Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel diens vermogen, de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen, dan wel de voogd, in strijd zijn met die van de minderjarige, een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen.
Gelet op het feit dat [naam kind] bijna uit huis is geplaatst, dat de opvoedsituatie niet lijkt te verbeteren en er opnieuw een uithuisplaatsing dreigt, is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is dat in deze de belangen van [naam kind] (mede) door een bijzondere curator worden behartigd. De kinderrechter zal ambtshalve [naam] als bijzondere curator over [naam kind] benoemen. De benoeming zal gelden voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 5 maart 2022.
De kinderrechter geeft aan de bijzondere curator als opdracht:
  • [naam kind] in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
  • al het nodige te doen wat in het belang van [naam kind] is, met name ter zake de vraag welke woon- en verblijfplaats op de korte en langere termijn het meeste in haar belang moet worden geacht;
  • te onderzoeken hoe de schoolgang van [naam kind] verloopt en wat hierin nodig is;
  • te onderzoeken welke vorm(en) van ondersteuning [naam kind] (en/of de moeder ten behoeve van [naam kind]) eventueel nodig heeft bij haar schoolgang en in de thuissituatie en daartoe al het nodige te doen.
De bijzondere curator wordt verzocht om de kinderrechter (met afschrift aan de betrokkenen) bij voorkeur vóór 11 januari 2022 (kort) schriftelijk (tussentijds) verslag te doen van haar bevindingen.

De beslissing

De kinderrechter:
benoemt tot bijzondere curator teneinde [naam kind] in en buiten rechte te vertegenwoordigen:
[naam], kantoorhoudende aan [adres];
verzoekt de bijzondere curator te onderzoeken wat in het belang van [naam kind] is, zoals hiervoor in het lichaam van de beschikking beschreven;
gelast de griffie de bijzondere curator een afschrift van de dossiers met nummer C/10/626597 / JE RK 21-2655 en C/10/621151 / JE RK 21-1760 te doen toekomen;
bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt tot 5 maart 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.A. den Hartog als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.