ECLI:NL:RBROT:2021:13434
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing jonge baby met verblijf moeder
In deze zaak heeft de kinderrechter op 3 december 2021 besloten tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een jonge baby tot 26 februari 2022. De baby verblijft samen met de moeder in een accommodatie van een zorgaanbieder. De voorlopige ondertoezichtstelling was reeds verleend tot dezelfde datum.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging vanwege ernstige zorgen over de veiligheid van het kind, veroorzaakt door conflicten tussen de ouders en familieleden. De ouders zijn gezamenlijk gezaghebbenden, maar er is onenigheid over de organisatie van het ouderschap en de omgang. De moeder stemde in met het verzoek, terwijl de vader, hoewel hij het verzoek steunde, mondeling een omgangsverzoek deed.
De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat het noodzakelijk is het kind uit huis te plaatsen. De moeder mag bij het kind verblijven. Het omgangsverzoek van de vader moet via de wettelijke procedure worden ingediend, waarbij de gecertificeerde instelling regie voert in overleg met beide ouders met het belang van het kind voorop. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de baby wordt verlengd tot 26 februari 2022 met verblijf van de moeder bij het kind, en het omgangsverzoek van de vader moet via de wettelijke procedure worden ingediend.