Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Weergave bestreden besluit en verzoek en beroep
Spoedeisend belang
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het huisverbod dat de burgemeester van Rotterdam op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) aan hem heeft opgelegd wegens een (vermoeden van) ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van een medebewoner, de achterblijfster, een kwetsbare 83-jarige vrouw.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het huisverbod terecht is opgelegd. De aanleiding was een incident waarbij verzoeker de achterblijfster met een vaas zou hebben bedreigd. Ook werd meegewogen dat zes maanden eerder al een huisverbod was opgelegd en dat verzoeker zich intimiderend heeft uitgelaten tegenover gemeentemedewerkers. De zoon van verzoeker bevestigde het incident.
De voorzieningenrechter weegt het belang van de kwetsbare achterblijfster bij een veilig verblijf zwaarder dan het belang van verzoeker bij verblijf in de woning. Verzoeker kan zich bij gebrek aan alternatieve woonruimte wenden tot het Leger des Heils.
Verder is gebleken dat verzoeker niet bereid is hulpverlening te accepteren, waardoor het gevaar voortduurt. Daarom is het huisverbod ook voor de resterende duur terecht gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.