ECLI:NL:RBROT:2021:13563
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: onterecht ingehouden incassokosten eigen bijdragen Wlz
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de incassokosten die verweerder heeft ingehouden op terug te betalen eigen bijdragen op grond van de Wlz terecht zijn. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het bedrag dat verweerder aan hem verschuldigd is, omdat incassokosten in rekening zijn gebracht voor onterecht geheven eigen bijdragen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat alleen de incassokosten die betrekking hebben op terecht in rekening gebrachte eigen bijdragen door eiser betaald hoeven te worden. De incassokosten die betrekking hebben op onterecht in rekening gebrachte eigen bijdragen hoeven niet betaald te worden. De rechtbank begroot deze onterecht ingehouden incassokosten op € 1.130,-.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de hoogte van het bedrag, en bepaalt dat verweerder aan eiser het bedrag van € 1.130,- verschuldigd is bovenop het reeds toegekende bedrag van € 26.839,89. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 48,- en de proceskosten van € 1.870,-.
De uitspraak is mondeling gedaan op 12 oktober 2021 door rechter J. de Gans in aanwezigheid van griffier T. Dijkhoff. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van onterecht ingehouden incassokosten, vergoeding van griffierecht en proceskosten.