ECLI:NL:RBROT:2021:13605
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen doorzendplicht RDW bij AVG-inzageverzoek inzake politiegegevens
Eiser verzocht de RDW om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de AVG, waaronder informatie over eventuele doorgegeven gegevens aan de politie. De RDW weigerde deze informatie te verstrekken met verwijzing naar artikel 23 AVG Pro en artikel 41 UAVG Pro, omdat verstrekking de opsporing en vervolging van strafbare feiten zou kunnen belemmeren.
Eiser stelde dat de RDW het verzoek had moeten behandelen als een verzoek op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) en het had moeten doorzenden aan de politie, en vorderde daarnaast een schadevergoeding wegens het niet doorzenden. De rechtbank oordeelde dat de RDW bevoegd was om op het verzoek te beslissen en dat geen doorzendplicht bestond. De stelling dat de RDW in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en Europeesrechtelijke regels handelde, werd niet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat een bestuursorgaan bevoegd is om een AVG-verzoek zelf te behandelen wanneer het over de gevraagde gegevens beschikt en dat een doorzendplicht in die situatie niet geldt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de RDW wordt ongegrond verklaard en er is geen schadevergoeding toegekend.