Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 11 juni 2021, met producties 1 tot en met 10;
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge verweer van [gedaagde01] en de bij die gelegenheid overgelegde conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- het tussenvonnis van 12 juli 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van Merin, met producties 11 en 12, van na de mondelinge behandeling;
- het e-mailbericht van [gedaagde01] in reactie op de akte.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
- € 3.124,27 aan schadevergoeding per maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde01] in gebreke blijft voormeld gehuurde te ontruimen en ter beschikking van Merin te stellen, zulks ingaande op het tijdstip waarop de tussen partijen gesloten huurovereenkomst wordt beëindigd c.q. ontbonden;
- een en ander onder voorbehoud van en met toepassing van de (wettelijk) toegestane huurverhoging;
- de kosten van de procedure en € 120,- aan nakosten, met de verklaring dat over de