Merin Property B.V. verhuurt sinds april 2019 bedrijfsruimte aan [gedaagde01]. Er is een huurachterstand ontstaan, waarop Merin betaling vordert inclusief boete, incassokosten, wettelijke rente en ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming en schadevergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand van €4.352,55 tot en met september 2021 niet voldoende is betwist en wijst dit bedrag toe. De gevorderde boete van €300,- wegens betalingsachterstand wordt eveneens toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente en incassokosten worden afgewezen, omdat de boete in de plaats van schadevergoeding treedt en incassokosten onnodig zijn gemaakt.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen, mede omdat de achterstand slechts iets meer dan een maand huur betreft en Merin zelf fouten maakte in de communicatie over de verschuldigde bedragen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt, en een nakostenbedrag van €120,- wordt toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.