Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:13763

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
8269128 \ CV EXPL 20-1944
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:296 lid 1 onder b BWArt. 7:296 lid 3 BWArt. 7:296 lid 3 BW juncto artikel 7:296 lid 1 sub a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling einde huurovereenkomst en veroordeling in proceskosten na vrijwillige ontruiming bedrijfsruimte

In deze procedure vordert Marcan Vastgoed B.V. de vaststelling van het tijdstip waarop de huurovereenkomst met [gedaagde] is geëindigd, alsmede de ontruiming van de bedrijfsruimten en vergoeding van proceskosten. De huurder betwist de vordering en voert een belangenafweging in haar voordeel aan.

De kantonrechter stelt vast dat partijen het eens zijn over de beëindiging van de huurovereenkomst per 6 juli 2020, een datum die door [gedaagde] niet is betwist. Tevens is vastgesteld dat de bedrijfsruimten op die datum vrijwillig zijn ontruimd en de sleutels zijn ingeleverd.

Gezien deze vaststelling zijn de overige grondslagen van de vordering, zoals dringend eigen gebruik en slecht huurderschap, niet meer aan de orde. Marcan heeft daardoor geen belang meer bij de ontruimingsvordering. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, terwijl het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst is per 6 juli 2020 geëindigd en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten; het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8269128 \ CV EXPL 20-1944
uitspraak: 22 januari 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap
Marcan Vastgoed B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
eiseres,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser,
tegen
[gedaagde] ,tevens handelende onder de naam [handelsnaam 1] / [handelsnaam 2] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M. Raaijmakers.
Partijen worden hierna aangeduid als “Marcan” en “ [gedaagde] ”.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 december 2019 met producties;
  • de conclusie van antwoord, en
  • de conclusie van repliek met producties.
1.2
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op de conclusie van repliek te reageren. Dat heeft hij niet gedaan.
1.3
De datum voor de uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.De vaststaande feiten

2.1
[gedaagde] huurt van (de rechtsvoorganger van) Marcan al meer dan 20 jaar de bedrijfsruimten aan de [straatnaam] [huisnummer A] en [huisnummer B] in Rotterdam.
2.2
Bij vonnis in kort geding van 18 juni 2020 is [gedaagde] - onder meer - veroordeeld om de bedrijfsruimten binnen 14 dagen te ontruimen.

3.Het geschil

3.1
Marcan vordert om, uitvoerbaar bij voorraad,
I. het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst tussen partijen wordt beëindigd;
II. [gedaagde] te veroordelen het gehuurde uiterlijk per het onder I bedoelde tijdstip te ontruimen met al diegenen die en al hetgeen zich daarin op daarop bevinden respectievelijk bevindt en ontruimd te houden en het gehuurde leeg en ontruimd en onder afgifte van sleutels ter vrije beschikking van Marcan te stellen, met machtiging van Marcan om de ontruiming zelf te doen uitvoeren met de hulp van de sterke arm in het geval [gedaagde] met de ontruiming in gebreke blijft;
III. [gedaagde] te veroordelen in de (na)kosten van de procedure.
3.2
Aan haar vordering legt Marcan ten grondslag:
- dringend eigen gebruik [1] ;
- belangenafweging [2] ;
- slecht huurderschap [3] ;
- beëindiging door wederzijds goedvinden.
3.3
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan dat een belangenafweging in haar voordeel moet uitvallen.

4.De beoordeling

einde huurovereenkomst
4.1
Marcan stelt dat [gedaagde] op 6 juli 2020 heeft ingestemd met beëindiging van de huurovereenkomst en op die dag de bedrijfsruimten vrijwillig heeft ontruimd en de sleutels heeft ingeleverd.
4.2
Dat is door [gedaagde] in deze procedure niet betwist.
4.3
Daarom staat in deze procedure vast dat de huurovereenkomst per 6 juli 2020 is geëindigd.
4.4
De overige grondslagen van de vordering hoeven dus niet te worden beoordeeld.
4.5
Gelet op de stellingen van Marcan, heeft zij geen belang meer bij haar vordering zoals weergegeven onder II.
proceskosten
4.6
[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

5.De beslissing

De kantonrechter:
stelt vast dat de huurovereenkomst tussen partijen op 6 juli 2020 is geëindigd;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Marcan vastgesteld op € 108,59 aan dagvaardingskosten, € 124,00 aan griffierecht en € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde, alsmede, indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,00 aan nasalaris, te verhogen met de kosten van betekening, en alle voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
703

Voetnoten

1.Artikel 7:296 lid 1 onder Pro b BW
2.Artikel 7:296 lid 3 BW Pro
3.Artikel 7:296 lid 3 BW Pro juncto artikel 7:296 lid 1 sub a BW Pro