De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige met een traumagerelateerde stoornis die verblijft in een gesloten jeugdhulpinstelling. De kinderrechter behandelde de zaak op 16 februari 2021, waarbij ook de moeder, de minderjarige en een systeemtherapeute werden gehoord, met een tolk voor de moeder.
De minderjarige verblijft sinds april 2020 onder toezicht en is sinds december 2020 geplaatst in gesloten jeugdhulp. De GI verzocht aanvankelijk om een machtiging voor vier weken plus zes maanden, maar wijzigde dit ter zitting naar de duur van de ondertoezichtstelling tot 28 mei 2021. De moeder voerde geen verweer tegen het gewijzigde verzoek, terwijl de minderjarige het verzoek afwees en aangaf niet meer te willen meewerken.
De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige ernstig belemmeren. De minderjarige heeft baat bij de veiligheid, structuur en behandeling die de instelling biedt. Er wordt toegewerkt naar een gefaseerde plaatsing op een open groep en uitbreiding van verlofmomenten bij de moeder, met ondersteuning thuis. De machtiging werd daarom toegewezen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 februari 2021 en schriftelijk vastgesteld op 24 februari 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening, via het gerechtshof Den Haag.