Op 27 november 2018 werd in de belwinkel van de verdachte een aanzienlijke hoeveelheid heroïne en cocaïne aangetroffen, verstopt in het systeemplafond en zichtbaar aanwezig in de winkel en keuken. Tevens werden weegschalen en versnijdingsmiddelen gevonden, bestemd voor het bewerken en verkopen van harddrugs. De verdachte was eigenaar en enige aanwezige in de winkel en had ook een aanzienlijke hoeveelheid heroïne bij zich.
De verdachte verklaarde dat de drugs niet van hem waren en dat hij door drugsgebruik en afwezigheid geen goed zicht had op de winkel, maar kon geen verantwoordelijken noemen. De rechtbank verwierp dit verweer vanwege de omstandigheden en aanwezige goederen, en concludeerde dat de verdachte kennis had van de drugs en de voorbereidingsmiddelen.
De feiten zijn strafbaar gesteld in de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht. De verdachte had eerder een soortgelijke veroordeling in 2013, maar dit werd niet zwaar meegewogen vanwege het tijdsverloop. De officier van justitie eiste een taakstraf en gevangenisstraf, de verdediging pleitte voor matiging vanwege persoonlijke omstandigheden en reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 120 dagen op, waarvan 55 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met het tijdsverloop, voorlopige hechtenis en persoonlijke situatie van de verdachte. De belwinkel is gesloten en de straf is mede bedoeld als stok achter de deur om recidive te voorkomen.