Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak staat centraal of partijen een vaste prijs of een uurtarief zijn overeengekomen voor de verleende rechtsbijstand bij een echtscheidingsprocedure. Eiseres stelt dat een uurtarief van €225 exclusief kantoorkosten en BTW is afgesproken, terwijl gedaagde betwist dat er een vaste prijs is overeengekomen.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat gedaagde de opdrachtbevestiging met het uurtarief heeft ontvangen en de Nederlandse taal machtig is, zodat hij de inhoud had moeten begrijpen. Gedaagde kon zijn stelling over een vaste prijs niet nader onderbouwen en heeft geen concrete omstandigheden aangevoerd die een vaste prijs ondersteunen.
Eiseres heeft een urenspecificatie overgelegd waaruit blijkt dat hij 11 uur en 18 minuten heeft gewerkt en daarvoor €2.960,26 in rekening heeft gebracht. Gedaagde heeft slechts €1.000 betaald en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de factuur onjuist zou zijn. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de specificatie en wijst de hoofdsom toe.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaningen niet voldeden aan de wettelijke vereisten. De wettelijke rente wordt toegewezen over de hoofdsom vanaf dagvaarding tot volledige betaling. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.059,44 plus wettelijke rente en proceskosten.