Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De werknemer was van januari tot november 2019 in dienst als taxichauffeur op basis van een flexibele arbeidsovereenkomst met een bruto uurloon van €11,96. Hij vorderde betaling van onbetaald loon, vakantiegeld, niet opgenomen vakantiedagen en loonstroken. De werkgever betwistte een vaste arbeidsomvang en stelde dat sprake was van een nulurencontract, met verrekening van schade.
De kantonrechter stelde vast dat het vermoeden van een gemiddelde arbeidsomvang volgens artikel 7:610b BW van toepassing was, omdat de arbeidsovereenkomst langer dan drie maanden duurde. Op basis van salarisspecificaties werd het loon over november 2019 vastgesteld op 90 uur. De werkgever kon het verrekeningsverweer niet onderbouwen met voldoende bewijs van bewust of roekeloos handelen van de werknemer.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van €3.416,97 bruto, inclusief loon, vakantiegeld en vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van nieuwe loonstroken en een nieuwe eindafrekening. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €3.416,97 bruto aan werknemer, vermeerderd met wettelijke rente, en tot verstrekking van nieuwe loonstroken en eindafrekening.