ECLI:NL:RBROT:2021:1588

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
26 februari 2021
Zaaknummer
610566 / HA RK 20-1381
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zorgmachtigingszaak

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die een zorgmachtiging voor haar behandelde. Zij stelde dat de rechter niet medisch onderlegd was en daardoor niet onbevooroordeeld kon oordelen over haar medische toestand. Tevens stelde zij dat de rechter medisch advies van de tegenpartij had overgenomen zonder dit inhoudelijk te kunnen beoordelen. Ook voerde zij aan dat de Nederlandse Staat betrokken is bij een complexe zaak tegen haar, wat volgens haar een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid zou rechtvaardigen.

De rechter ontkende de feitelijke grondslagen van het verzoek en gaf aan dat hij de stukken wel degelijk had gelezen en dat hij op basis van medische rapporten tot een oordeel kon komen. De officier van justitie ondersteunde dit standpunt en concludeerde tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

De wrakingskamer oordeelde dat een verzoek tot wraking concreet feiten en omstandigheden moet bevatten die partijdigheid aantonen. Het verzoek van verzoekster was algemeen van aard en bevatte geen concrete feiten die een objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De enkele omstandigheid dat de rechter niet medisch geschoold is, is onvoldoende om wraking te rechtvaardigen. Ook de stelling dat geen enkele Nederlandse rechter over haar zaak kan beslissen, werd als kennelijk ongegrond beoordeeld.

Het verzoek tot wraking van de gehele wrakingskamer werd buiten behandeling gesteld en het wrakingsverzoek tegen de rechter werd afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 22 januari 2021.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 610566 / HA RK 20-1381
Beslissing van 22 januari 2021
op het verzoek van
[naam verzoekster],
verblijvende te [verblijfplaats] ,
verzoekster,
advocaat mr. J.A. Smits,
strekkende tot wraking van:
mr. A.C. Hendriks, rechter in de rechtbank Rotterdam, team familie (hierna: de rechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 28 december 2020 is door de rechter van deze rechtbank, behandeld het door de officier van justitie ingediende verzoekschrift inzake een zorgmachtiging voor verzoekster voor de duur van zes maanden.
Die procedure draagt als kenmerk C/10/609645 / FA RK 20-9736.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft verzoekster wraking van de rechter verzocht.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt:
- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;
- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek.
Verzoeker, haar raadsvrouw, de rechter en de officier van justitie mr. J.F.C. Janssen zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld.
Ter zitting van 8 januari 2021 waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoekster, haar raadsvrouw mr. J.A. Smits, officier van justitie mr. A. de Bruin en de rechter. Partijen hebben daar hun standpunt mondeling toegelicht.
Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de stukken die verzoekster kort voor de zitting van de wrakingskamer bij de rechtbank heeft ingediend.

2.Het verzoek en de reactie daarop

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven -:
De rechter heeft de stukken niet gelezen, is niet medisch onderlegd en kan daarom geen beslissing nemen over de medische toestand van verzoekster. De rechter heeft medisch advies van de tegenpartij overgenomen, terwijl de rechter niet inhoudelijk kan beoordelen of deze medische informatie wel juist is. Het besluit tot het verlenen van een zorgmachtiging was al vòòr de zitting genomen. Daarnaast loopt er een grote complexe zaak met betrekking tot de medicatie van verzoekster waarbij de Nederlandse Staat als partij is betrokken. Gelet hierop kan geen enkele Nederlandse rechter in verband met partijdigheid over haar zaak beslissen, aldus verzoekster
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust.
De rechter heeft ter zitting een toelichting gegeven en bestrijdt de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat geen sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren.
De rechter heeft tijdens de behandeling van het verzoek om een zorgmachtiging op de zitting beslist dat hij een zorgmachtiging zou verlenen, maar dat hij verder op de zitting samen met de behandelaar en de raadsvrouw wilde bespreken welke zorg daarvoor moest worden geleverd. Verzoekster heeft de rechter gewraakt en is toen vervolgens de zittingszaal uitgelopen.
2.3
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot wraking. Volgens objectieve en subjectieve maatstaven is er geen sprake van partijdigheid van de rechter. Er is geen enkele grond die aanleiding geeft tot wraking. De rechter hoeft niet medisch onderlegd te zijn om een beslissing te kunnen geven, omdat hij op grond van stukken van medische deskundigen tot een oordeel kan komen.

3.De beoordeling

3.1
Het wrakingsverzoek jegens de wrakingskamer
Ter zitting heeft verzoekster, nadat het verzoek tot wraking van de rechter met haar was besproken en de officier van justitie haar standpunt kenbaar had gemaakt, mondeling een verzoek ingediend tot wraking van de gehele wrakingskamer. Verzoekster heeft aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat alles is beklonken en dat er contact is geweest met de rechter. Volgens verzoekster kan geen enkele rechter in Nederland, ook de wrakingskamer niet, over haar zaak beslissen. Verzoekster is na dit mondelinge wrakingsverzoek de zittingszaal uitgelopen en heeft de gronden van het verzoek niet nader toegelicht.
De wrakingskamer stelt voorop dat een gewraakte rechter in het algemeen geen recht mag spreken in zijn eigen zaak en dat in verband daarmee een verzoek tot wraking behoort te worden behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht, geen zitting heeft. Onder bepaalde omstandigheden kan echter een verzoek tot wraking van een of meer van haar leden door dezelfde wrakingskamer buiten behandeling worden gelaten, zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer hoeft te worden gesteld
Een verzoek tot wraking van rechters moet de feiten en omstandigheden bevatten, op grond waarvan de rechter wordt gewraakt. Het ter zitting gedane wrakingsverzoek jegens de gehele wrakingskamer, is echter alleen in algemene bewoordingen vervat en niet met feiten of omstandigheden concreet gemaakt. Evenmin is anderszins onderbouwd dat sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechters partijdig zijn, althans dat een vrees voor partijdigheid van de rechters naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. Gelet op de zeer algemene formulering van het wrakingsverzoek- te weten geen Nederlandse rechter kan beslissen- en gelet op het feit dat het wrakingsverzoek is gedaan tijdens de behandeling van een eerder gedaan wrakingsverzoek is het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond en wordt het verzoek buiten behandeling gesteld.
Het wrakingsverzoek jegens de rechter
3.2.1
Ontvankelijkheid verzoek
In het proces-verbaal van de zitting is vermeld:
“Nadat de rechter de beslissing had genomen om de zorgmachtiging te verlenen, zonder de vormen van verplichte zorg te hebben besproken, heeft verzoekster de rechter gewraakt.”Uit de toelichting van de rechter ter zitting blijkt dat ten tijde van het mondelinge wrakingsverzoek hij nog bezig was met de behandeling van het verzoekschrift met betrekking tot de vormen van de verplichte zorg en hij nog geen einduitspraak had gedaan. Gelet hierop is verzoekster ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
3.2.2
Beoordeling
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoekster geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd
3.2.3
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoekster geuite vrees dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.
De enkele omstandigheid dat de rechter niet medisch geschoold is, rechtvaardigt niet de conclusie dat vrees voor partijdigheid van de rechter naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. Binnen de Nederlandse rechtspraak wordt een rechter in staat geacht te kunnen beslissen over medische kwesties aan de hand van rapportages van medische deskundigen en een gegeven (mondelinge) toelichting, waarna de rechter de medische informatie op zijn merites dient te beoordelen.
Dat de Nederlandse Staat betrokken is bij een grote zaak tegen verzoekster, zoals zij zelf stelt, en dat hieraan een naar objectieve maatstaven te rechtvaardigen vrees voor partijdigheid van de rechter valt te ontlenen, is niet nader door verzoekster onderbouwd. Niet is gebleken van andere feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor het oordeel dat de rechter partijdig is, althans dat een vrees voor partijdigheid van de rechter naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de aangevoerde grond dat de rechter de stukken niet heeft gelezen. Deze grond is niet nader onderbouwd en mist derhalve in dat opzicht feitelijke grondslag.
3.5
Het verzoek is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling;
- wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.C. Hendriks.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. A.A. Kalk en mr. M.G.L. de Vette, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2021 in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.
Verzonden op:
aan:
-
-
-
-