ECLI:NL:RBROT:2021:1590
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in civiele procedure met bepaling over toekomstig wrakingsverzoek
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. I.K. Rapmund, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2, in een civiele procedure tussen Stichting als eiseres en verzoeker als gedaagde. Het wrakingsverzoek volgde op een rolbeslissing van 5 februari 2021, waarin de rechter Stichting in de gelegenheid stelde te reageren op stukken van verzoeker. Verzoeker stelde onder meer dat hij geen uitnodiging voor een openbare zitting had ontvangen, dat er eenzijdig getuigen waren geselecteerd en dat mr. Mentink was vervangen zonder kennisgeving.
De rechter heeft het wrakingsverzoek bestreden en toegelicht dat er geen sprake was van een uitnodiging die was onthouden, geen getuigenselectie door de rechter had plaatsgevonden en dat mr. Mentink geen rol had in deze procedure. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat verzoeker geen feitelijke aanwijzingen heeft geleverd die een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter rechtvaardigen.
Daarnaast is gebleken dat verzoeker reeds driemaal eerder wraking heeft verzocht in deze civiele procedure, waarbij telkens het verzoek is afgewezen. De wrakingskamer concludeert dat verzoeker het wrakingsmiddel lichtvaardig en misbruikmakend inzet telkens wanneer een verzoek niet wordt gehonoreerd of hem onwelgevallig is.
Daarom wijst de rechtbank het huidige wrakingsverzoek af en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure niet in behandeling wordt genomen. De beslissing is uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 24 februari 2021.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure wordt niet in behandeling genomen.