De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 februari 2021 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot diefstal met geweld uit een woning en subsidiair poging tot afpersing. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk.
De tenlastelegging betrof een poging tot diefstal uit een woning waarbij geweld of bedreiging met geweld werd gebruikt tegen de bewoonster. De verdachte werd onder meer herkend op camerabeelden en er werd een foto op zijn telefoon gevonden waarop hij een jas droeg die overeen zou komen met de jas van de man op de beelden.
De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte daadwerkelijk de persoon op de camerabeelden was. De beelden zelf waren niet meer beschikbaar voor beoordeling en de kwaliteit van de screenshots was onvoldoende om onderscheidende kenmerken vast te stellen. Ook ontbrak forensisch bewijs en directe waarnemingen van de verdachte bij de woning. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.