De eiser, een beëdigd tolk, werd door het Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers uit het Register geschrapt wegens fraude met niet bestaande tolkopdrachten en het onterecht ontvangen van annuleringsvergoedingen. De fraude vond plaats vanaf verschillende IP-adressen, waaronder een specifiek IP-adres dat aan een KPN-klant toebehoort. Eiser verzocht KPN om de NAW-gegevens van de gebruiker van dit IP-adres om de daadwerkelijke fraudeur te achterhalen en zijn onschuld in de beroepsprocedure te bewijzen.
KPN weigerde deze gegevens te verstrekken, mede omdat zij slechts gegevens van een half jaar kon bewaren en er onvoldoende bewijs was dat de gebruiker van het IP-adres de fraudeur was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gebruiker van het IP-adres de fraude had gepleegd. Ook was onduidelijk welk belang eiser had bij de nog beschikbare gegevens.
De rechtbank maakte een belangenafweging tussen het belang van eiser om zich te verweren en het belang van KPN bij de bescherming van persoonsgegevens van haar klant. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs en het grote belang van privacy van de klant, oordeelde de rechtbank dat KPN niet verplicht is de gegevens te verstrekken. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.