Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam kind],
[naam moeder],
Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door mr. R. Moghni;
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam 1].
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2013, dat sinds maart 2019 in een pleeggezin verblijft. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar is volgens het KSCD-rapport onvoldoende in staat om aan de specifieke behoeften van het kind te voldoen.
De moeder stemde in met verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzette zich tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij betoogde dat het rapport niet onafhankelijk is en dat de problemen die tot uithuisplaatsing leidden inmiddels zijn opgelost. Zij benadrukte haar liefde voor het kind en haar eerdere opvoedervaring.
De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling onverminderd aanwezig zijn en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft voor het belang van het kind. Het KSCD-rapport bevestigt dat de moeder onvoldoende probleeminzicht heeft en niet in staat is om de verzorging en opvoeding adequaat te dragen. De plaatsing in het pleeggezin wordt daarom voortgezet en de machtiging verlengd tot 5 januari 2022.
De kinderrechter benadrukte het belang van het behoud van de moeder-kindrelatie en regelmatige contacten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 januari 2022.