ECLI:NL:RBROT:2021:1758
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens drugsgerelateerde overlast en huurachterstand
De huurder van een zelfstandige woonruimte aan de [adres] te Oostvoorne veroorzaakte vanaf het begin van de huurperiode ernstige overlast, waaronder drugsgebruik, geweldsincidenten met steekwapens en hinder voor omwonenden. De burgemeester sloot de woning voor vier weken vanwege ernstige vrees voor wanordelijkheden. De verhuurder ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro.
De huurder betwistte de sluiting en ontbinding, maar de voorzieningenrechter wees een verzoek tot voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. De verhuurder vorderde vervolgens in kort geding ontruiming van de woning, betaling van achterstallige huur en proceskosten.
De kantonrechter oordeelde dat de buitengerechtelijke ontbinding en ontruiming proportioneel zijn gezien de ernstige overlast en het belang van de verhuurder bij leefbaarheid. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening, betaling van €1.559,26 aan achterstallige huur over de sluitingsperiode en €519,69 per maand vanaf februari 2021 tot ontruiming, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot oplegging van een dwangsom werd afgewezen. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen en betaling van achterstallige huur en proceskosten.