Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten een koopovereenkomst waarbij eiser elektronica leverde aan gedaagde. Eiser factureerde een bedrag van €4.410,70 met vervaldatum 30 april 2020. Gedaagde ontkende betaling en stelde dat hij via een betaallink had voldaan, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Gedaagde verscheen niet bij twee mondelinge behandelingen, ondanks oproep en digitale zitting. Eiser betwistte de juistheid van de door gedaagde overgelegde betalingsbewijzen, onder meer vanwege afwijkende bankrekeningnummers en het ontbreken van een betaalverzoek.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende heeft weersproken dat de facturen onbetaald zijn gebleven en wees de vordering van eiser toe. Tevens werd wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, zij het gemaximeerd volgens het wettelijke tarief. Proceskosten en nakosten werden eveneens aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.155,41 plus wettelijke rente en proceskosten.