Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een glastuinbouwbedrijf, verkeert door investeringen, een defecte warmtevoorziening en de Covid-19 pandemie in een situatie waarin zij haar schulden waarschijnlijk niet kan betalen. Zij bereidt een akkoord voor om een faillissement af te wenden en de onderneming financieel gezond voort te zetten.
Van november tot maart worden kosten gemaakt voor de voorbereiding van de teelt, waarvoor een wekelijkse kredietbehoefte van €85.000 bestaat. Rabobank is bereid een oogstkrediet van €1,5 miljoen te verstrekken, maar vraagt om een machtiging ex artikel 42a Faillissementswet om het risico van pauliana uit te sluiten.
De rechtbank oordeelt dat het verstrekken van het oogstkrediet noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming tijdens de akkoordvoorbereiding en dat de belangen van gezamenlijke schuldeisers worden gediend zonder individuele schuldeisers wezenlijk te schaden. De machtiging wordt beperkt tot €859.187, het bedrag dat na de startverklaring is verstrekt, en onder de voorwaarde dat het krediet wordt gebruikt voor voortzettingskosten.
De beschikking is gegeven door drie rechters en de griffier en op 3 maart 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging voor het verstrekken van een oogstkrediet van €859.187 door Rabobank aan verzoekster voor voortzetting van de bedrijfsvoering tijdens de akkoordvoorbereiding.