Uitspraak
1.[naam verzoeker 1] ,
2.[naam verzoeker 2] ,
3.[naam verzoeker 3] ,
1.Het procesverloop en de processtukken
2.De verzoeken en de reactie daarop
“uit het bovenstaande volgt dat de encrochat-informatie in de zaak Flamenco rechtmatig is verkregen”, getuigt van vooringenomenheid waardoor de rechters de zaak onvoldoende onbevangen verder kunnen beoordelen. Er is derhalve in geobjectiveerde vorm sprake van de schijn van partijdigheid. De rechters hadden een dergelijke conclusie pas weloverwogen kunnen nemen nadat het onderzoek ter terechtzitting en het pleidooi van de verdediging had plaatsgevonden. Omdat de rechters er kennelijk al van overtuigd zijn dat het materiaal op rechtmatige wijze is verkregen, kunnen [naam verzoeker 2] en [naam verzoeker 3] er niet meer op vertrouwen dat verweer op het punt van de verkrijging van de encrochats en daarmee de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de rechtmatigheid van het materiaal in het dossier onbevangen wordt beoordeeld. Door bovendien te overwegen dat de beschikking van de rechter-commissaris voldoende is en onderzoekswensen die zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van de encrochat-informatie af te wijzen, is het oordeel van de rechters over rechtmatigheid des te stelliger en hebben de rechters de objectief gerechtvaardigde schijn gewekt dat zij vooringenomen zijn.
3.De beoordeling
het verzoekom stukken uit het 26Lemont-onderzoek (en/of het Franse parallel-onderzoek) toe te voegen aan het strafdossier
af.
“uit het bovenstaande volgt dat de encrochat-informatie in de zaak Flamenco rechtmatig is verkregen”in de beslissing van 25 januari 2021 kan worden opgevat als expliciet eindoordeel over de rechtmatigheid van de verkrijging van de encrochats. Deze zin dient echter in de context van de hele beslissing te worden gelezen. Voor de raadslieden en de verdachten die zij bijstaan, zou dit duidelijk moeten zijn. Uit de context van de tussenbeslissing volgt dat de rechtbank nog niet is uitgesproken en dat de opmerking over de encrochat-informatie een stap in het proces betreft. Aan het begin van de beslissing hebben de rechters er immers op gewezen dat het dossier nog niet compleet is en dat sprake is van een tussenbeslissing. In dit verband hebben de rechters in hun schriftelijke reactie op de wrakingsverzoeken en nadien ter zitting nader toegelicht dat de passage in de beschikking van 25 januari 2021 is bedoeld om richting te geven totdat blijkt dat die richting bijstelling behoeft. Anders dan verzoekers is de wrakingskamer van oordeel dat dit geen standpunt is in reactie op de wrakingsverzoeken, maar dat dit reeds volgt uit wat op 11 januari 2021 ter zitting aan de orde is gekomen. Uit het proces-verbaal van deze zitting, waarna op
25 januari 2021 de tussenbeslissing is genomen, volgt immers dat is meegedeeld dat wanneer nieuwe stukken aan het dossier worden toegevoegd die leiden tot een andere invalshoek ten aanzien van wezenlijke onderdelen van het dossier, later ingediende onderzoekswensen ook beoordeeld zullen worden aan de hand van het verdedigingsbelang. In de strafzaak Flamenco zijn ook nog meerdere regiezittingen voorzien. De in het geding gebrachte notities van mrs. Weening en Poppelaars kunnen derhalve onbesproken blijven nu nog geen definitief oordeel is geveld over de rechtmatige verkrijging van de encrochat-informatie en deze notities bovendien geen onderdeel uitmaakten van het strafdossier ten tijde van de gewraakte beslissingen.
4.De beslissing
23 februari 2021 in tegenwoordigheid van mr. P. Blijleven, griffier. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing ondertekend door mr. K.J. Bezuijen.