Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand die is ontstaan door betalingsonmacht als gevolg van de coronacrisis. De huurder erkent de achterstand en legt uit dat haar inkomen daalde door het sluiten van grenzen en ziektewetuitkering, maar zij is inmiddels begonnen met het inlopen van de achterstand.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ruim drie maanden bedraagt en dat sprake is van herhaalde wanprestatie. Ondanks de financiële omstandigheden van de huurder, ontslaat dit haar niet van haar betalingsverplichtingen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt daarom toegewezen, met de kanttekening dat Havensteder heeft toegezegd niet snel tot ontruiming over te gaan als de huurder blijft betalen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan wettelijke eisen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van de huurachterstand, de wettelijke rente, de lopende huurtermijnen vanaf februari 2021 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand met wettelijke rente.