Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De huurder had een woning gehuurd van Woningbouwvereniging Goeree-Overflakkee (WGO). De huurovereenkomst is inmiddels beëindigd en er was een huurachterstand van €1.536,10. Na gedeeltelijke betalingen stond er bij dagvaarding nog een bedrag van €750 open, dat na twee betalingen van €500 is teruggebracht tot €250.
WGO vorderde betaling van het openstaande bedrag, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkende de huurachterstand maar verweerde zich met financiële problemen en een vermeende betalingsregeling van €50 per maand, welke door WGO werd betwist en niet is vastgesteld.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering opeisbaar is en kende €250 toe als hoofdsom. De wettelijke rente over de achterstand en de incassokosten van €136,13 werden eveneens toegewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €406,49, wettelijke rente en incassokosten, met veroordeling in de proceskosten.