ECLI:NL:RBROT:2021:1887
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkondiging afkoelingsperiode en opheffing beslagen in WHOA-procedure
Verzoekster, een vennootschap gevestigd te Rotterdam, heeft haar bedrijfsactiviteiten gestaakt en wil een onderhands akkoord aanbieden aan haar crediteuren in het kader van de WHOA. Zij verzocht de rechtbank om een afkoelingsperiode van vier maanden af te kondigen en de op haar gelegde beslagen op te heffen. De rechtbank oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met een akkoord buiten faillissement een beter resultaat kan worden behaald dan met een faillissement.
De rechtbank nam in haar beoordeling mee dat de WHOA ook kan worden toegepast voor een gecontroleerde afwikkeling van een onderneming zonder voortzetting na herstructurering. De afkoelingsperiode is bedoeld om de onderneming voort te zetten tijdens de onderhandelingen over het akkoord, maar in dit geval is er geen daadwerkelijke voortzetting van de onderneming. De rechtbank stelde dat de wetgever niet heeft beoogd de afkoelingsperiode alleen toe te staan bij voortzetting na herstructurering, maar ook bij gecontroleerde afwikkeling.
Desondanks vond de rechtbank dat de noodzakelijke “plus” van een akkoord buiten faillissement ten opzichte van faillissement onvoldoende was aangetoond. De stelling dat een bedrag van € 500.000,- op een escrow-rekening niet in faillissement beschikbaar zou zijn, werd niet onderbouwd. Ook de verwachting dat incasso van debiteurenportefeuille buiten faillissement meer oplevert, werd onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verder zijn aan een akkoordprocedure ook kosten verbonden, en het mogelijke onderzoek naar fraude bij subsidieaanvragen kan in faillissement waarde opleveren.
De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan de vereisten voor afkondiging van een afkoelingsperiode en opheffing van de beslagen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek afkondiging afkoelingsperiode en opheffing beslagen wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van beter resultaat buiten faillissement.