Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
De Minister voor Medische zorg, verweerder,
Procesverloop
De vereniging heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde bijgestaan door [Naam] en [Naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
(1) niet alle aanwezige kinderen waren lid van de vereniging;
(2) er werd door de trainers geen instructie gegeven aan de gebruikers van de locatie en het aanwezige personeel leek meer een toezichthoudende rol te hebben;
(3) er werd reclame gemaakt voor feestjes, partijtjes en disco nights;
(4) de attentieborden op de locatie gaven aan dat er geen lessen zouden plaatsvinden in de week van 12 t/m 18 oktober, terwijl de hal wel ter beschikking werd gesteld voor het publiek.
(1) de vereniging alles wat met kinderfeestjes te maken heeft van de website heeft gehaald en dit niet meer zal aanbieden;
(2) iedereen die vanaf 19 oktober 2020 komt trainen (a) lid is van de vereniging en (b) trainingen krijgt van de opgeleide trainers, met dien verstande dat jongeren een losse les kunnen meedoen om kennis te maken met de sport;
(3) de trainingen gegeven worden door erkende trainers die lid zijn van de vereniging;
(4) de vereniging aangesloten is bij een sportbond en lid van de Nederlandse Culturele Sportbond, die is aangesloten bij het NOC*NSF; en
(5) de activiteiten uitsluitend zijn gericht op sport en het trainen van de sensomotorische vaardigheden en niet op vermaak en recreatie. Voorts is bij het opheffingsbesluit vermeld dat er herinspecties van de NVWA zullen volgen en dat indien tijdens een herinspectie wordt geconstateerd dat de toestellen toch worden gebruikt ter ontspanning en vermaak dan zullen deze toestellen daarmee moeten voldoen aan het WAS. Indien in dat geval de vereniging niet beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring dan zal de controleambtenaar opnieuw corrigerende maatregelen moeten nemen.
(1) niet alle aanwezige kinderen lid waren van de vereniging;
(2) er door de trainers geen instructie werd gegeven aan de gebruikers van de locatie en het aanwezige personeel meer een toezichthoudende rol leek te hebben;
(3) er reclame werd gemaakt voor feestjes, partijtjes en disco nights; en
(4) de attentieborden op de locatie aangaven dat er geen lessen zouden plaatsvinden in de week van 12 t/m 18 oktober, terwijl de hal wel ter beschikking werd gesteld voor het publiek.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het bezwaar tegen het buitengebruikstellingsbesluit niet-ontvankelijk is verklaard en voor zover daarbij de volgende voorwaarden van het opheffingsbesluit in stand zijn gelaten:
- verklaart het bezwaar tegen het buitengebruikstellingsbesluit ongegrond;
- herroept de hiervoor genoemde voorwaarden (1) en (2a) van het opheffingsbesluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaatst treedt van het bestreden besluit;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat verweerder aan de vereniging het betaalde griffierecht van € 720 (tweemaal € 360) vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van de vereniging tot een bedrag van € 2.136.