Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2021 in de zaak tussen
[naam eiser 1],
[naam eiser 2],
[naam eiser 3],
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben een aanvraag ingediend om een huisnummer toe te kennen aan een ruimte binnen een pand, aangeduid als lifthal. Het Team Terugmeldingen BAG wees deze aanvraag af omdat de ruimte niet voldoet aan de definitie van een verblijfsobject volgens de Wet BAG en de Straatnamenverordening 2014.
Na bezwaar en een advies van de bezwaarschriftencommissie handhaafde het college van burgemeester en wethouders het besluit. Eisers voerden aan dat de ruimte het gebruiksdoel 'overige gebruiksfunctie' heeft en dat er geen basisvoorzieningen vereist zijn, en dat de ruimte onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen.
De rechtbank oordeelde dat het gebruiksdoel van de ruimte eerder kantoorfunctie en bijeenkomstenfunctie is, waarbij verblijf van personen een belangrijke rol speelt. Omdat de ruimte niet beschikt over de vereiste basisvoorzieningen zoals drinkwater, afvalwaterafvoer en toilet, voldoet zij niet aan de cumulatieve criteria voor een verblijfsobject.
Daarom is de afwijzing van de aanvraag terecht en het beroep ongegrond verklaard. Een belangenafweging is niet aan de orde vanwege de dwingende wettelijke bepalingen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een huisnummer wordt ongegrond verklaard omdat de ruimte niet voldoet aan de criteria voor een verblijfsobject.