Op 19 september 2020 vond een confrontatie plaats tussen de verdachte, zijn familie en twee aangevers op een schoolplein in Rockanje. De situatie bestond uit twee delen: het eerste deel betrof een discussie en fysieke confrontatie tussen de verdachte en een aangever, het tweede deel ontstond toen de ouders van de verdachte erbij kwamen.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet betrokken was bij het tweede deel van de confrontatie. Ten aanzien van het eerste deel kon alleen het slaan van een aangever wettig en overtuigend worden bewezen. Dit geweld was een een-op-een situatie zonder bijdrage van de familieleden van de verdachte, waardoor het niet kwalificeerbaar is als openlijk geweld.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor het tweede feit en bewezenverklaring van het eerste, met een taakstraf als straf. De rechtbank volgde dit niet en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding, maar deze vorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partijen in de kosten van de verdediging, begroot op nihil.
Het vonnis werd uitgesproken op 4 maart 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij de verdachte werd vrijgesproken van openlijke geweldpleging.