De officier van justitie verzocht de rechtbank om voortzetting van een op 1 februari 2021 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die thans verblijft in Antes te Poortugaal. De mondelinge behandeling vond plaats op 4 februari 2021, waarbij betrokkene, haar advocaat, psychiaters en een tolk aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat hoewel bij een eerdere beschikking van 1 februari 2021 het verzoek tot voortzetting was afgewezen vanwege het ontbreken van een ernstig vermoeden van een psychische stoornis, de huidige psychiater een maniform toestandsbeeld constateert dat nog steeds aanwezig is. Uit verklaringen van familie en behandelaars blijkt dat betrokkene sinds november 2020 gedragsveranderingen vertoont en haar toestand verslechterd is.
Betrokkene en haar advocaat betwisten het vermoeden van een psychische stoornis en verzoeken om een second opinion, maar de rechtbank wijst dit af omdat het ernstig vermoeden voldoende aannemelijk is. De rechtbank stelt dat de crisissituatie te ernstig is om de reguliere zorgmachtigingsprocedure af te wachten.
De noodzakelijke vormen van verplichte zorg omvatten medicatietoediening, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Andere door de officier verzochte maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. De rechtbank acht de verplichte zorg evenredig en effectief en verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot en met 25 februari 2021.