Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:2052

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 maart 2021
Publicatiedatum
11 maart 2021
Zaaknummer
8659902 CV EXPL 20-25055
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWZorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zorgpremie en wettelijke rente door verzekerde aan zorgverzekeraar

De zorgverzekeraar Zilveren Kruis vordert van de verzekerde betaling van achterstallige premies over de periode februari 2019 tot en met augustus 2019 en januari 2020, inclusief wettelijke rente. De verzekerde betwist onder meer dat hij de premie voor februari 2019 niet heeft betaald en dat hij nog premie verschuldigd zou zijn over december 2018.

De rechtbank stelt vast dat de verzekerde de premie voor februari 2019 niet voldoende heeft onderbouwd als betaald en dat de betaling van 5 februari 2019 door Zilveren Kruis terecht is verwerkt op de premie van december 2018. De gevorderde premie voor februari 2019 wordt daarom deels toegewezen, met een correctie van €10 vanwege een verschil in verwerking.

De wettelijke rente wordt toegewezen omdat de verzekerde na het verstrijken van de betaaltermijn in verzuim is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is bewezen dat de aanmaningsbrief de verzekerde heeft bereikt. De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €894,03 plus rente en in de proceskosten.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €894,03 plus wettelijke rente en proceskosten, incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8659902 CV EXPL 20-25055
uitspraak: 12 maart 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[naam gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die in persoon procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [naam gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 juli 2020, met producties;
de conclusie van antwoord, met een producties;
de conclusie van repliek, met producties;
de conclusie van dupliek.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.2
[naam gedaagde] heeft bij Zilveren Kruis een zorgverzekering afgesloten zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Op grond van deze overeenkomst is [naam gedaagde] premie, eigen risico, eigen bijdrage en eventueel niet voor vergoeding in aanmerking komende maar wel voorgeschoten zorgkosten verschuldigd.

3..Het geschil

3.1
Zilveren Kruis vordert dat [naam gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 1.044,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 887,- vanaf 8 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [naam gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Zilveren Kruis legt nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst ten grondslag. [naam gedaagde] is gehouden om premie te betalen. [naam gedaagde] heeft niet aan deze verplichting voldaan voor de periodes februari tot en met augustus 2019 en januari 2020. De achterstand bedraagt inclusief rente en kosten € 1.044,11.
3.3
[naam gedaagde] heeft zich tegen de vordering verweerd. Hierop wordt voor zover van belang in deze procedure in het navolgende ingegaan.

4..De beoordeling

4.1
Partijen zijn het erover eens dat [naam gedaagde] nog de premiebedragen voor maart tot en met augustus 2019 en januari 2020 is verschuldigd. De hoofdsom wordt dan ook toegewezen voor een bedrag van € 776,74.
4.2
[naam gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de premie voor februari 2019 al heeft betaald. Zilveren Kruis erkent dat [naam gedaagde] op 5 februari 2019 een bedrag heeft betaald van € 113,51, maar stelt zich op het stand dat [naam gedaagde] niet heeft aangewezen waarvoor die betaling is bedoeld, zodat deze is verwerkt op de nog openstaande premie voor december 2018. [naam gedaagde] heeft niet nader onderbouwd dat hij met het gebruikte kenmerk inderdaad de premie van februari 2019 heeft aangewezen, bijvoorbeeld door overlegging van de acceptgiro die hij zou hebben gebruikt.
4.3
[naam gedaagde] betwist daarnaast dat hij de premie voor december 2018 nog is verschuldigd, zodat Zilveren Kruis ten onrechte de betaling in mindering heeft gebracht op die premie. De basispremie van een zorgverzekering is een verzekerde maandelijks verschuldigd. Vast staat dan ook dat [naam gedaagde] deze premie op enig moment verschuldigd is geworden. Als [naam gedaagde] zich op het standpunt stelt dat hij deze niet meer is verschuldigd, dan is het aan [naam gedaagde] om te stellen en te onderbouwen dat hij de premie voor december 2018 al heeft betaald. [naam gedaagde] heeft zijn stelling echter niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld een betaalbewijs waaruit blijkt dat de premie van december 2018 is voldaan, zodat Zilveren Kruis op goede gronden de betaling van 5 februari 2019 heeft kunnen verwerken op de premie voor december 2018.
4.4
Gelet op het bovenstaande is de gevorderde premie voor februari 2019 toewijsbaar. Hierop wordt wel een bedrag van € 10,- in mindering gebracht, aangezien Zilveren Kruis erkent de betaling van € 113,51 te hebben ontvangen, maar zij blijkens het door haar als productie 1 bij repliek overgelegde overzicht maar € 103,51 van die betaling ook daadwerkelijk heeft verwerkt. De vordering voor februari 2019 wordt dan ook toegewezen tot een bedrag van € 100,26.
4.5
De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, aangezien [naam gedaagde] steeds na het vervallen van de betaaltermijn op de eerste dag van de maand waarvoor de premie is verschuldigd in verzuim verkeert.
4.6
Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [naam gedaagde] betwist de veertiendagenbrief die Zilveren Kruis heeft overgelegd als productie 2 bij dagvaarding te hebben ontvangen. Zilveren Kruis heeft hiervan geen verzendbewijs overgelegd, zodat niet kan worden vastgesteld dat deze brief [naam gedaagde] daadwerkelijk heeft bereikt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden om die reden afgewezen.
4.7
[naam gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [naam gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 894,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over een bedrag van € 877,- vanaf 8 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 105,09 aan dagvaardingskosten en € 248,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645