ECLI:NL:RBROT:2021:2106
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen weigering kinderbijslag vanaf vierde kwartaal 2018
Eiseres had kinderbijslag aangevraagd vanaf het vierde kwartaal 2018, maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende deze toe vanaf het eerste kwartaal 2019. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank onderzocht of eiseres per 1 oktober 2018 al een duurzame persoonlijke band met Nederland had, wat vereist is voor ingezetenschap en daarmee recht op kinderbijslag. Hoewel eiseres vanaf haar terugkeer in juli 2018 de intentie had te blijven en haar dochter vanaf oktober 2018 naar school ging, waren formele stappen zoals inschrijving in de Basisregistratie Personen, huurcontract en bijstandsaanvraag nog niet voldoende aanwezig per 1 oktober 2018.
De rechtbank concludeerde dat de SVB alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen en dat het standpunt dat de duurzame band pas vanaf het eerste kwartaal 2019 bestond, terecht is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.P. Hameete op 15 maart 2021, met griffier N.C. Correa aanwezig. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2018 wordt ongegrond verklaard.