Eiser heeft in 1991 een deel van zijn perceel verkocht en in 1992 is de grens tussen het deelperceel en het achterblijvende gedeelte aangewezen en vastgelegd in het relaas van bevindingen. In 2019 verzocht eiser de kadastrale kaart aan te passen aan de feitelijke situatie, omdat volgens hem de zuidelijke grens niet correct was ingemeten, wat resulteerde in een onjuiste kadastrale grens en oppervlakte.
Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond, stellende dat de kadastrale kaart overeenkomt met het relaas van bevindingen, dat als authentiek wordt beschouwd. Eiser stelde dat de kennelijke bedoeling van partijen bij de aanwijs betrokken moet worden, maar de rechtbank oordeelde dat de bedoeling van partijen geen rol speelt zolang het brondocument onaantastbaar is.
De rechtbank stelde vast dat de zuidgrens niet op de kadastrale kaart staat, maar ook niet in het relaas van bevindingen is opgenomen. Er is geen discrepantie tussen het brondocument en de basisregistratie kadaster, zodat geen sprake is van een kennelijke misslag. Het verzoek tot herstel op grond van artikel 7t Kadasterwet is daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.