Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te [Plaats] opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- bepaalt dat het onderzoek zal worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Rechtbank Rotterdam
Opposante kreeg een bestuurlijke boete van €500 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Na een bezwaarprocedure waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde opposante beroep in tegen het bestreden besluit en tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond zonder zitting, op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Opposante deed hiertegen verzet en voerde aan dat het hoorrecht in bestuursrechtelijke boetezaken niet absoluut is, maar dat de rechtbank ten onrechte een vereenvoudigde procedure toepaste zonder haar te horen. Tevens stelde zij dat de rechtbank haar beroepsgronden onjuist had weergegeven en dat het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel niet was gerespecteerd. Ook werd het ontbreken van de mogelijkheid tot het stellen van een prejudiciële vraag aangevoerd.
De verzetrechter oordeelde dat deze argumenten ook bij een zitting hadden kunnen worden aangevoerd en dat daardoor twijfel bestaat over de rechtmatigheid van de eerdere uitspraak. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de uitspraak van 18 september 2020 vervallen verklaard en het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.