Woonbron en [naam 1] sloten in 2011 een huurovereenkomst voor een woning in Rotterdam. Woonbron vorderde ontbinding van deze overeenkomst en ontruiming wegens ernstige en structurele overlast veroorzaakt door [naam 1]. Deze overlast bestond uit geluidsoverlast, agressief gedrag, drugsgebruik en verstoring van de nachtrust van omwonenden.
De kantonrechter stelde vast dat de overlast langdurig en ernstig was, onderbouwd met verklaringen van meerdere buren en een bestuurlijke rapportage van de wijkagent. Ondanks interventies en hulpverlening bleef het gedrag van [naam 1] ongewijzigd. De verdediging voerde aan dat de overlastmeldingen deels onbetrouwbaar waren en dat [naam 1] zijn gedrag verbeterde, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter oordeelde dat de belangen van Woonbron en de omwonenden zwaarder wegen dan het belang van [naam 1] om in de woning te blijven, ook gezien zijn medische situatie. Daarom werd het verstekvonnis van 24 juli 2020 bekrachtigd, met veroordeling tot ontruiming en kostenveroordeling tegen de verzetvoerende partij.