Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
handelend onder de naam [handelsnaam],
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak tussen een klusbedrijf en opdrachtgever heeft de kantonrechter geoordeeld dat de opdrachtgever de betaling van een deel van de factuur mocht opschorten vanwege gebrekkige en niet-tijdige nakoming van de aannemingsovereenkomst. De werkzaamheden waren niet volgens afspraak uitgevoerd en er waren aanzienlijke opleverpunten vastgesteld in een bouwkundig rapport.
De opdrachtgever had een factuur deels betaald, maar het restantbedrag niet voldaan. De kantonrechter stelde vast dat de opdrachtgever terecht een opschortingsrecht had uitgeoefend, omdat sprake was van een fatale termijn en de aannemer niet tijdig had geleverd. Hierdoor was de betalingsverplichting niet vervallen, maar mocht het resterende bedrag worden opgeschort.
De kantonrechter wees de vordering van de aannemer tot betaling van het restantbedrag gedeeltelijk toe, namelijk een bedrag van € 4.428,50, en wees de vordering tot wettelijke rente en incassokosten af omdat er geen verzuim was. Daarnaast werd de vordering van de opdrachtgever tot vervangende schadevergoeding van € 8.365,00 toegewezen, omdat herstelkosten noodzakelijk waren wegens de gebrekkige oplevering.
De ontbinding van de overeenkomst werd afgewezen, evenals de verklaring dat de betalingsverplichting beperkt zou zijn tot het reeds betaalde bedrag. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Betaling van €4.428,50 aan aannemer toegewezen, herstelkosten van €8.365,00 aan opdrachtgever toegewezen, overige vorderingen afgewezen.