Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, verweerder
[naam vergunninghouder], te [woonplaats vergunninghouder] , vergunninghouder.
Procesverloop
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Vergunninghouder is verschenen.
Overwegingen
“De atelierruimte zal worden gebruikt om de bij ons kleine bedrijf voorkomende restauratieve- en decoratieve technieken uit te oefenen, maar misschien nog meer om als liefhebberij traditionele vaktechnieken te testen en uit te diepen”.Vergunninghouder spreekt in zijn toelichting dus primair niet over “oefenen met” maar over “uitoefenen van” in zijn bedrijf voorkomende restauratieve en decoratieve technieken. Ter zitting heeft vergunninghouder nader toegelicht dat er op dit moment nog weinig vraag naar deze technieken is, maar dat hij hiermee in de toekomst bedrijfsmatig aan de slag wil. Nu sprake is van een forse schuur en behalve de opslag van fietsen alle activiteiten in de schuur nauw verbonden zijn met het restauratie- en stukadoorsbedrijf van vergunninghouder, en deze bovendien geen andere bedrijfsruimte tot zijn beschikking heeft, heeft verweerder zijn standpunt dat geen sprake is van een bedrijfsruimte en dat sprake is van een bijbehorend bouwwerk bij de woning van vergunninghouder naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gemotiveerd alsook onvoldoende voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het voorgestelde bouwwerk is vrij fors. De positionering is zodanig dat het de begrenzing van het achtererf vormt. Om die reden lijkt het volume acceptabel.” Nu de stedenbouwkundige heeft overwogen dat het bouwvolume acceptabel ‘lijkt’ en zij bovendien in haar uiteindelijk advies heeft overwogen dat meewerken aan dit initiatief stedenbouwkundig geen bezwaar ‘lijkt’ op te leveren, had verweerder in het kader van zijn vergewisplicht bij de deskundige moeten nagaan waarom deze tot twee maal toe het woord “lijkt” heeft gebruikt en desondanks tot een positief advies is gekomen.