ECLI:NL:RBROT:2021:2497
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectief bewijs
Eiseres diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens stelselmatige mishandeling en huiselijk geweld door haar ex-echtgenoot in de periode 1993-1996. Verweerder wees de aanvraag af omdat er onvoldoende objectieve informatie was om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken. Eiseres stelde dat de verklaringen van haar moeder en zusje wel degelijk bruikbaar en relevant waren, ook al zijn deze van familieleden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen van familieleden niet onpartijdig en dus niet objectief zijn en bovendien onvoldoende inhoudelijk waren om het geweld aannemelijk te maken. Ook het feit dat de verklaringen pas 25 jaar na het gestelde geweld zijn opgesteld, speelde een rol. Eiseres had geen aanvullende objectieve bewijsstukken overgelegd.
De rechtbank vond het bestreden besluit niet tegenstrijdig en zag geen reden om eiseres de mogelijkheid te geven om meer specifieke verklaringen te overleggen, aangezien het aan haar is om haar aanvraag te onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende objectief bewijs.