Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Allied Motion Dordrecht B.V.,
wonende te [woonplaats verweerster],
1..Het verloop van de procedure
2..De feiten
8. Organisatie- en functiebeschrijving(…)
Rechtbank Rotterdam
Allied Motion heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met haar werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 onder Pro h BW, omdat de werknemer door lichamelijke klachten niet alle werkzaamheden van haar functie kan uitvoeren. De productie is grotendeels staand, terwijl de werknemer vanwege knieproblemen vooral zittend werk kan verrichten. Een arbeidsdeskundig rapport uit 2019 en gesprekken met werkgever en werknemer geven inzicht in de situatie.
De werknemer betwist dat zij niet volledig kan werken en stelt dat zij staand kan werken en dagdiensten geen probleem zijn. De kantonrechter oordeelt dat Allied Motion onvoldoende heeft aangetoond dat de werknemer daadwerkelijk niet alle werkzaamheden kan verrichten. De inzet van de werknemer in het reguliere productieproces, inclusief staand werk, heeft geen gezondheidsproblemen veroorzaakt.
De enkele verwachting dat de werknemer zou uitvallen bij volledige inzet is onvoldoende voor ontbinding. De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt Allied Motion in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat ontbinding op de h-grond een hoge bewijsstandaard vereist en dat re-integratie en ziekteprocedures gevolgd dienen te worden bij daadwerkelijke beperkingen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsbeperkingen.