ECLI:NL:RBROT:2021:2667

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
C/10/615510 / JE RK 21-732
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging uithuisplaatsing minderjarige aansluitend op voorlopige hechtenis

De zaak betreft een minderjarige die onder toezicht is gesteld en momenteel in voorlopige hechtenis verblijft bij een forensisch centrum. De gecertificeerde instelling verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing bij een 24-uurs zorgaanbieder voor de duur van bijna een jaar. De minderjarige kampt met gedragsproblemen en is kwetsbaar, waarbij de moeder de zorg niet meer aankan.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, is het verzoek van de gecertificeerde instelling gehandhaafd en toegelicht dat de minderjarige kan worden geplaatst bij het orthopedagogisch behandelcentrum De Beele van Pluryn te Voorst, met een overbruggingsmogelijkheid bij een neef. De advocaat van de minderjarige en de moeder stemmen in met deze plaatsing, evenals de officier van justitie en de Raad voor de Kinderbescherming.

De kinderrechter oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, gelet op zijn problematiek en de negatieve invloed van de huidige voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis wordt geschorst per 30 maart 2021 en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend tot 19 januari 2022, de einddatum van de ondertoezichtstelling. Het overige verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing verleend van 30 maart 2021 tot 19 januari 2022 aansluitend op schorsing voorlopige hechtenis.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/615510 / JE RK 21-732
datum uitspraak: 24 maart 2021

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2006 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 23 maart 2021, ingekomen bij de griffie op 23 maart 2021.
Op 24 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld, gelijktijdig met de behandeling van een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in de strafzaak met het parketnummer 10-283600-20.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [naam kind], bijgestaan door mr. H.J. Andel,
- de officier van justitie,
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad),
[naam 1],
- een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam 2].
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de moeder.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder en verblijft momenteel in het kader van de voorlopige hechtenis bij Forensisch centrum Teylingereind te Sassenheim.
Bij beschikking van 19 januari 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld met ingang van
19 januari 2021 tot 19 januari 2022.

Het verzoek en het standpunt van de GI

De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie zorgaanbieder 24-uurs verzocht voor de duur van één jaar.
De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en toegelicht dat [naam kind] kan worden geplaatst bij het orthopedagogische behandelcentrum De Beele van Pluryn te Voorst en dat hij ter overbrugging bij zijn neef kan verblijven, die hem één op één kan begeleiden.

De standpunten

Namens de minderjarige [naam kind] heeft zijn advocaat ter zitting verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis en aangevoerd dat een plaatsing van [naam kind] bij zijn neef ter overbrugging naar een plaatsing bij behandelcentrum De Beele van Pluryn te Voorst momenteel passend voor hem lijkt te zijn.
Namens de moeder heeft de advocaat van [naam kind] ter zitting aangegeven dat zij het eens is met de plaatsing van [naam kind] bij Pluryn.
De officier van justitie heeft ingestemd met een schorsing van de voorlopige hechtenis en de plaatsing van [naam kind] bij Pluryn.
De Raad heeft ter zitting het verzoek van de GI ondersteund.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] vanwege zijn kind-eigenproblematiek gedragsproblemen laat zien. Hij is een kwetsbare en beïnvloedbare jongen. In de afgelopen periode is hij meermalen met andere jongeren in aanraking gekomen met politie en justitie.
De moeder heeft aangegeven dat zij de zorg voor [naam kind] niet meer aankan en maakt een
overbelaste indruk.
Op 2 november 2020 is Ambulante Spoedhulp ingezet. Deze hulp heeft echter niet het gewenste resultaat bereikt. Pogingen tot plaatsing van [naam kind] in de crisisopvang zijn niet van de grond gekomen.
Op 5 maart 2021 is [naam kind] opnieuw aangehouden vanwege de verdenking van zijn betrokkenheid bij een straatroof. Daarom verblijft hij momenteel in het kader van de voorlopige hechtenis bij Forensisch centrum Teylingereind. De verwachting is dat [naam kind] op deze plek nog meer negatief beïnvloed zal worden. Dit is niet wenselijk voor zijn ontwikkeling en toekomst. Gelet op al het voorgaande is de kinderrechter dan ook van oordeel dat het in het van belang [naam kind] is dat hij zo snel als mogelijk bij het orthopedagogische behandelcentrum De Beele van Pluryn te Voorst zal worden geplaatst, op welke plek hem de kaders, structuur, duidelijkheid en begeleiding zullen worden geboden, dat hij nodig heeft voor zijn veiligheid en ontwikkeling.
Uit voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
Nu de voorlopige hechtenis zal worden geschorst per 30 maart 2021, zal de machtiging uithuisplaatsing van [naam kind] met ingang van die datum worden verleend.
Nu de ondertoezichtstelling is verleend tot 19 januari 2022, zal de machtiging uithuisplaatsing van [naam kind] tot deze datum worden verleend en het overig verzochte worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder met ingang van 30 maart 2021 tot 19 januari 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2021 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A. Cvetkovic als griffier.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.