De zaak betreft een minderjarige die onder toezicht is gesteld en momenteel in voorlopige hechtenis verblijft bij een forensisch centrum. De gecertificeerde instelling verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing bij een 24-uurs zorgaanbieder voor de duur van bijna een jaar. De minderjarige kampt met gedragsproblemen en is kwetsbaar, waarbij de moeder de zorg niet meer aankan.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, is het verzoek van de gecertificeerde instelling gehandhaafd en toegelicht dat de minderjarige kan worden geplaatst bij het orthopedagogisch behandelcentrum De Beele van Pluryn te Voorst, met een overbruggingsmogelijkheid bij een neef. De advocaat van de minderjarige en de moeder stemmen in met deze plaatsing, evenals de officier van justitie en de Raad voor de Kinderbescherming.
De kinderrechter oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, gelet op zijn problematiek en de negatieve invloed van de huidige voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis wordt geschorst per 30 maart 2021 en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend tot 19 januari 2022, de einddatum van de ondertoezichtstelling. Het overige verzochte wordt afgewezen.